Op welke faciliteiten heeft de or recht?

Op welke faciliteiten heeft de or recht?

Ondernemingsraden (en hun commissies) hebben voldoende faciliteiten nodig om het or-werk goed te kunnen doen. Dat betekent niet alleen dat de or voldoende tijd moet hebben om zijn werk te kunnen doen. Het betekent ook dat de or moet kunnen beschikken over noodzakelijke voorzieningen.

Het uitgangspunt van de WOR is dat alle faciliteiten ter beschikking moeten worden gesteld die redelijkerwijs nodig zijn voor de uitoefening van de taak van de ondernemingsraad. We tippen de voornaamste aan.

Faciliteiten

In artikel 17 lid 1 WOR is geregeld dat de or (en zijn commissies) gebruik moeten kunnen maken van de voorzieningen waarover de ondernemer kan beschikken én die hij voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig heeft. Denk bijvoorbeeld aan een vergaderruimte, kopieerfaciliteiten, internet etc.

Ambtelijk secretaris

Een ambtelijk secretaris is geen verplichte voorziening in de zin van artikel 17 lid 1 WOR. De ondernemer kan hierover niet als zodanig beschikken, oordeelde de Hoge Raad in 1986. Maar op grond van een cao of afspraken met de ondernemer kan een or wel recht hebben op ambtelijke ondersteuning.

Achterban

Een belangrijke voorziening is het wettelijk recht van de or om te kunnen overleggen met zijn achterban. Ook dit staat in artikel 17 lid 1 WOR.

Vergadertijd

Vergaderingen dienen zo veel mogelijk tijdens normale arbeidstijd plaats te vinden. Or-leden behouden daarbij hun aanspraak op loon. Dit is geregeld in artikel 17 lid 2 en 3 WOR. Onder vergadertijd valt ook de tijd die gemoeid is met de voorbereiding van en het directe nawerk van de vergadering. Volgens de kantonrechter Den Haag moest de noodzakelijke reistijd voor een or-lid dat voor een or-vergadering van Limburg naar Den Haag moest reizen, ook worden gezien als vergadertijd.

Onderling beraad

Or-leden hebben naast de vergadertijd recht op een aantal uren die zij in werktijd en met behoud van loon vrij mogen besteden aan:
  • onderling beraad: overleg tussen or-leden buiten de vergaderingen om;
  • overleg met andere personen binnen of buiten de onderneming over onderwerpen waarbij de or betrokken is. Bijvoorbeeld de achterban, een intern of externe deskundige of een vakbondsbestuurder;
  • kennisneming van de arbeidsomstandigheden in de onderneming.
Dit is geregeld in artikel 18 lid 1 WOR. De or bepaalt zelf hoe hij deze uren invult. Ondernemer en ondernemingsraad dienen met elkaar af te spreken hoeveel uren een or-lid jaarlijks hieraan mag besteden. Volgens de WOR moet dit worden vastgesteld op een zodanig aantal uren als voor de vervulling van de taak redelijkerwijs nodig is. Er mag daarbij een onderscheid worden gemaakt tussen verschillende or-leden. Zo wordt vaak afgesproken dat voorzitter en secretaris meer uren krijgen dan de overige or-leden. Het is aan de or om aan te tonen hoeveel uren hij redelijkerwijs nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Er geldt wel een wettelijk minimum van 60 uur per lid per jaar (artikel 18 lid 3 WOR). Let wel, deze uren komen bovenop de uren voor vergadertijd.

Inpassing en beloning or-werk

Or-werk is “gewoon” werk en dient zoveel mogelijk binnen de normale werktijd plaats te vinden en als zodanig te worden beloond. Voor or-leden die in deeltijd of in onregelmatige diensten werken, is het niet altijd mogelijk om het or-werk binnen de normale arbeidstijd te verrichten. Or en ondernemer zullen dan afspraken moeten maken over hoe het or-werk in de arbeidstijd wordt ingepast (op grond van artikel 17 en 18 WOR). De WOR regelt niet hoe ze dat moeten doen. Deze inpassing zal wel zo moeten zijn dat de or-leden in de gelegenheid zijn om op een behoorlijke manier aan het or-werk deel te nemen, zo oordeelde de kantonrechter in Amsterdam. Lees ook: Het kan raadzaam zijn om afspraken te maken over hoe deze uren worden beloond. Dit kan in tijd of in geld. Bij het maken van deze afspraken moeten or en ondernemer zich wel realiseren dat het or-werk wel als normaal werk dient te worden beloond. De werkgever zal dus moeten aansluiten bij wat andere medewerkers, die niet in de or zitten, in een vergelijkbare situatie ontvangen.

Een voorbeeld

Een or-lid werkte in deeltijd. Hierdoor maakte ze regelmatig meer uren dan haar contracturen. Volgens de kantonrechter in Utrecht had ze recht op betaling van de vakantietoeslag, de winstuitkering en op opbouw van pensioen – naast een vast uurloon over deze medezeggenschapsuren.

Scholing

Een goed geschoolde or kan zijn taken beter uitoefenen dan een or met onvoldoende kennis. Dat is ook door de wetgever onderkend. Op grond van de WOR heeft een or dan ook recht op scholing (artikel 18 lid 2 WOR). De ondernemer is verplicht om de leden van de or, en ook de leden van een vaste commissie of onderdeelcommissie, in de gelegenheid te stellen om scholing te volgen van voldoende kwaliteit. Het aantal dagen waarop scholing mag worden gevolgd moeten ondernemer en or samen afstemmen. Ook hier geldt echter een wettelijk minimum (artikel 18 lid 3 WOR). Voor or-leden die niet tevens lid zijn van een commissie, geldt dat het aantal dagen niet lager vastgesteld kan worden dan op vijf per jaar. Voor commissieleden die niet óók lid zijn van de or, geldt een minimum van 3 dagen. En voor or-leden die ook lid zijn van een commissie geldt een minimum van acht scholingsdagen per jaar. Het is aan de or zelf om te bepalen welke cursussen of scholingen worden gevolgd. Lees ook: De kosten voor scholing komen voor rekening van de ondernemer (artikel 22 lid 3 WOR). Het gaat daarbij om kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak. De SER stelt ieder jaar richtbedragen vast voor een scholing. Zolang deze kosten in lijn zijn met de richtbedragen van de SER, zal een bestuurder er geen bezwaar tegen kunnen maken.

Faciliteitenregeling

Volgens de WOR hebben de or en de ondernemer veel vrijheid om zelf te overleggen welke faciliteiten een or redelijkerwijs nodig heeft voor een goede vervulling van zijn taak. Het verdient aanbeveling om hierover concrete afspraken te maken en deze vast te leggen in een faciliteitenregeling. Denk daarbij aan afspraken over hoeveel uren ieder or-lid jaarlijks met behoud van loon aan or-werk mag besteden (artikel 18 lid 1 WOR), en het aantal scholingsdagen per jaar (artikel 18 lid 2 WOR). Daarnaast kan het verstandig zijn om ook afspraken te maken over de manier waarop het or-werk in de arbeidstijd wordt ingepast. Dat mag niet minder zijn dan het wettelijke minimum. Afspraken over meer en aanvullende faciliteiten mogen uiteraard wel. Denk bijvoorbeeld aan een afspraak over het aantal uren ambtelijke ondersteuning waarop de or recht heeft. Loe Sprengers, Martijn Vaessen en Jasper de Waard zijn werkzaam bij Sprengers Advocaten 

Studiedag ambtelijk secretaris 29 september 2022

Speciaal voor jou als Ambtelijk Secretaris organiseren wij wederom weer deze exclusieve studiedag. De dag wordt geopend met een inspirerende sessie Zakelijk flirten met je OR door Mirjam Wiersma, de bedenker van zakelijk flirten. Met keuze uit 8 workshops stel je zelf je ideale studiedag samen. Meer informatie en schrijven?
Onderdeel van de collectie

Faciliteiten ondernemingsraad

De ondernemingsraad heeft recht op verschillende faciliteiten. Je leest er hier meer over.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.