Omdat er mensen zijn die het een eng idee vinden, dat we niet allemaal gelijk zijn? Dat we geen gezamenlijke identiteit hebben?
Maar stel dat die identiteit er wel zou zijn, hoe zou die er dan uitzien? Dan droegen we allemaal dezelfde kleren, gingen we allemaal naar eenzelfde school, deden we hetzelfde werk, lazen we allemaal dezelfde boeken, keken we naar dezelfde programma’s op tv, hadden we allemaal dezelfde politieke mening en … zo kan ik nog wel uren doorgaan. Het zou een saaie, grijze bedoening worden met weinig vooruitgang, want let wel als we één identiteit hadden en niets van andere mensen hadden overgenomen, zouden we nog steeds zwaar in de donkere middeleeuwen zitten.
Vooruitgang ontstaat juist uit diversiteit. Je ziet het overal, ook in de natuur. Bij planten bijvoorbeeld. Juist de exemplaren die een klein beetje afwijken en kruisen met de rest van de populatie, zorgen ervoor dat de plant bijvoorbeeld beter gedijd in een veranderende omgeving (zoals een natter wordende grond).
Ook onze staatssecretaris van Sociale Zaken vindt dat we actief de diversiteit moeten bevorderen. Hij vindt dat een werkgever juist iemand moet aannemen die niet in het team past. Want zo iemand kijkt fris tegen het geheel aan en daardoor ontstaat er ruimte voor innovatie.
Datzelfde geldt ook voor or’s. We leren or’s juist dat ze gebruik moeten maken van alle kwaliteiten die er onder de or-leden aanwezig zijn. En bij (tussentijdse) verkiezingen moeten zoeken naar kwaliteiten of verte-genwoordigers van collega’s die nog niet vertegenwoordigd zijn in de or. Kortom, de or verandert telkens een beetje van identiteit. DE or bestaat dus niet en dat is maar goed ook.




