Veranderen is een kwestie van inspireren en verbinden

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Trombonist Kees Adolfsen speelt onder meer in de New Cool Collective Big Band. Volgens hem is er een duidelijk verschil tussen klassieke muziek en de geïmproviseerde muziek op het niveau van de samenwerking.

‘Valerie Gergiev, tot mei 2008 dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, is een voorbeeld van de aanpak in de klassieke muziek. Elke musicus in het orkest kent de stukken die worden gespeeld door en door. Staat daar iemand van het niveau van Gergiev, dan legt hij zijn interpretatie van het stuk op aan het orkest en laat hij de mensen spelen zoals hij dat wil. Door zijn passie en verbindingskracht raken de musici geïnspireerd; samen bereiken ze een uitzonderlijk hoog niveau. Staat er een minder bezielende dirigent, dan zie je vaak dat het orkest er een beetje met hem vandoor gaat.’

Ondernemingen met een ondernemingsraad hebben een zodanige omvang dat veranderingen van bovenaf geleid moeten worden. De directie dus in de rol van dirigent. Organisatieveranderingen met een directeur als een virtuoos dirigent hebben een hoge slagingskans. In dat geval is er iemand die staat voor de verandering, die mensen overtuigt, meeneemt, meesleept. Dat is een directeur voor wie de medewerkers dat willen doen. Een middelmatige ‘dirigent’ laat de uitvoering mislukken. Dan immers doen medewerkers dat wat ze zelf denken dat goed is, dan ontbreken het vuur en het lef om grenzen over te gaan. Met andere woorden: een ondernemingsraad die de indruk krijgt dat majeure veranderingen niet door de leiding persoonlijk gedragen worden, moet hier nadrukkelijk een punt van maken in zijn advies.

Een heel ander verhaal is de jazz en wereldmuziek, de geïmproviseerde muziek. Kees Adolfsen opnieuw: ‘Jazz speel je meestal in kleinere bands, vaak maar met drie of vier mensen. Je eigen invloed is dan groot. De interactie staat centraal, in plaats van de interpretatie en sturing van de leider. In die kleinere bezetting komt het in eerste instantie dan ook aan op luisteren naar wat er om je heen gebeurt. De muziek bestaat uit nieuwe composities of is een ‘standard’. Je spreekt samen een tempo en een stijl af en dan ga je het stuk spelen en erop improviseren. Het wordt pas wat als je in die improvisaties elkaar weet te inspireren tot iets bijzonders, als begeleiders optimaal meegaan in de sfeer die de solist neerzet. En als achtereenvolgende solisten elkaars sfeer opzoeken of juist een duidelijk contrast weten te maken. Als er maar lijn, opbouw, ontwikkeling en verbinding ontstaat.’

De les van de door een kleiner collectief gespeelde geïmproviseerde muziek is dat veranderingen pas leuk worden en beklijven als je ze samen met anderen vorm kunt geven. Je hebt een gemeenschappelijk kader, maar je werkt daar met elkaar aan als ware het een improvisatie. Muzikanten volgen soms, leiden soms en moeten vooral goed kunnen afstemmen op elkaar. Met andere woorden: veranderingen moeten in belangrijke mate óók op kleine schaal in de organisatie worden georganiseerd. Mensen willen zelf invloed hebben op veranderingen die voor hen essentieel zijn en daarmee in hun professionaliteit erkend worden. Ondernemingsraden zullen erop moeten toezien dat in de uitwerking wordt uitgegaan van kleine collectieven.

Samenvatting uit OR Informatie 9 2008

Lees meer over

Isaäk Mol

Isaäk Mol

Isaäk Mol is geregistreerd medezeggenschapstrainer en adviseur bij Komeet.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.