Bij het UWV is een organisatieverandering aan de orde in verband met de uitvoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). In twee kantoren is een pilot opgezet om met de nieuwe werkwijze ervaring op te doen.
De or heeft uitdrukkelijk aangegeven dat hij naar aanleiding van de uitkomsten van de evaluatie een go/no go-advies wenst uit te brengen over de landelijke invoering van deze werkwijze en organisatieaanpassing.
De ondernemer deelt op enig moment mee dat hij per 1 mei 2009 wenst over te gaan tot landelijke invoering van het besluit. De or adviseert negatief. Hij is van mening dat eerst uit de pilots moet blijken dat er sprake is van verbeteringen, voordat overgegaan mag worden tot een landelijke invoering.
De ondernemer besluit op 28 april 2009 toch over te gaan tot het landelijk invoeren van de aanpassing en de nieuwe werkwijze per 1 mei 2009, maar dan niet in de vorm van een definitief besluit maar als proefimplementatie. Pas nadat met de landelijke proef ervaringen zijn opgedaan, zal een besluit worden genomen over een definitieve invoering van de nieuwe werkwijze. Op dat moment zal er dan advies aan de or worden gevraagd.
Ondernemingskamer
De ondernemingsraad is het hier niet mee eens en start een kortgedingprocedure bij de Ondernemingskamer (OK). Die stelt vast dat het besluit slechts in zoverre afwijkt van de beoogde Landing WIA, dat er rekening mee wordt gehouden dat de invoering, na evaluatie, eventueel alsnog wordt teruggedraaid.
Als het standpunt van de ondernemer dat niet het voorgenomen besluit maar een ander besluit is genomen juist is, vindt de OK dat daarover ten onrechte niet eerst advies is gevraagd.
Dat het besluit kan niet worden volgehouden. Het gaat om een belangrijk besluit, omdat het zo omvangrijk is zowel wat betreft het aantal betrokken medewerkers (ongeveer 1.200) als wat betreft het kwalitatieve belang ervan voor de onderneming.Evenmin is er sprake van een besluit met een ‘experimenteel karakter’, nu het daarvoor te diep ingrijpt in de organisatie en zowel relatief als absoluut gezien te veel werknemers daarbij zijn betrokken. Het feit dat er al uitvoering heeft plaatsgevonden weerhoudt de juristen van de Ondernemingskamer er niet van om de ondernemer te verplichten het voorgenomen besluit terug te draaien.
Commentaar
Het komt geregeld voor dat bij organisatieveranderingen eerst met een proef(opstelling) wordt gewerkt. Na evaluatie van de proef vindt al dan niet de definitieve besluitvorming plaats. In art. 25 WOR is aangegeven dat de ondernemingsraad een adviesrecht heeft, wanneer er sprake is van een belangrijk voorgenomen besluit. De vraag is of een pilot als belangrijk is te beschouwen. Uit deze zaak blijkt dat een besluit om als proef een andere wijze van werken in te voeren in een deel van de onderneming, adviesplichtig is.
OK 13 mei 2009, ARO 2009/99, Or UWV
Meer interessante en relevante jurisprudentie vindt u in Rechtspraak voor Medezeggenschap.












