Rond de jaren negentig kwam de kuddemens opzetten. Daarvoor hadden we enkel Sinterklaas en Koninginnedag. Soaps en Big brother deden hun intrede op tv. Stille tochten rukten op. En masse rouwen bleek een gat in de markt van de menselijke behoeften. Bij de uitvaart van André Hazes huilde heel Nederland mee. Boer zoekt vrouw of The voice op tv? Mind you, kijken verplicht. Doe je dat niet dan word je op school of in de kantine met de nek aangekeken, zoals John de Mol pas in DWDD opmerkte.
Zien lachen doet lachen. Tranen werken aanstekelijk. Eén volk, één emotie. Kortom, de psyche van de kuddemens in een notendop.
Loopt iederéén mak mee in de kudde? Dansen alle schapen naar de pijpen van de mediaherders? Wis en waarachtig niet. Er is bijvoorbeeld de klokkenluider. Hij ziet een misstand in de kudde. Zegt hardop dat zoiets niet kan. Dat maakt hem niet geliefd en hij wordt uitgestoten. Dan heb je buitenbeentjes en gekken. Daar kunnen we kort over zijn: ze komen de stal niet in. Losers ook niet want we willen alleen succesgeblaat horen. Klagers wel, want bah lijkt op bèh. Maar er is er een bij die zijn schaapskleren afgooit. Op een maanloze nacht dwaalt hij af en vestigt zich als Lonely wolf. Hij haat schapen dus moet de kudde op zijn hoede zijn.
Sterke eenzame wolven en slappe volgzame schapen. Is that all there is? Wat we nodig hebben is een combikloon. Met de beste eigenschappen van beiden. Dus zelfstandige moedige mensen, die alleen durven te staan als het nodig is, maar die ook zachtaardig zijn en genieten van elkaars gezelschap als het kan. Dat moet te doen zijn. Gooi iets meer van de oude filosofen in het onderwijs, voed mensen breed op. Leer ze hard te zijn voor zichzelf, maar zacht voor anderen. Dus ouders, pedagogen en leraren, maak er wat van.





